Kleinschalige opvang, dus veel meer individuele aandacht
Nooit wisseling van leidsters
Veel persoonlijker contact tussen gastouder, vraagouder en kind.
Meer tijd voor overleg.
Relatief goedkoper, want er word alleen betaald voor de uren die U daadwerkelijk gebruikt, dus niet als u op vakantie bent of een dag vrij bent.
Veel flexibeler op alle fronten
Wij werken met het Piramide Peutervolgplan van Cito en volgen zo de ontwikkeling van uw kind.
Vaak (gratis) uitstapjes zoals dierentuin, zwembad, kinderboerderij, speeltuin etc.
Ook met de allerkleinsten meer naar buiten.
Meer meegaan in het dagelijks gezinsleven, zoals mee naar de bakker, groente wegen bij de supermarkt, bibliotheek, markt, etc. etc.
Bijna alles is mogelijk, als het in overleg gebeurt.
Om het voor U als ouder zo gemakkelijk mogelijk te maken bieden wij U het volgende:
* eerste kwaliteits luiers
* elk kind een eigen plekje om te slapen
* eigen beddengoed en slaapzakje/pyama
* broodmaaltijd
* tussendoortjes, zoals koekjes, crackers, sap, vers fruit etc. etc.
* voldoende materialen om lekker te knutselen
* slabben e.d
* Alles wordt gewassen in Neutral waspoeder
Wat u nog zelf mee moet brengen:
* fles + voeding (tot ong. 1 jaar)
* reserve kleding
* speen
* knuffel
Voor eventuele speciale dieetvoeding dient u zelf te zorgen.
Bron: Algemeen Dagblad
'Opvang peuters voorkomt gedragsproblemen'
Plan: Gratis crèche voor elk kind
Door Annelieke Dijkstra
Elk kind van 2 tot 4 jaar moet gratis naar de crèche kunnen, ook kinderen van niet-werkende ouders. Dat voorkomt gedragsproblemen en leerachterstanden.
De commissie Invent zal dit komend najaar adviseren aan staatssecretaris Ross (Welzijn). De commissie, bestaande uit prominente jeugd- en gedragsdeskundigen, denkt dat gratis opvang van baby's en peuters hen behoedt voor problemen op latere leeftijd. Uit Amerikaans onderzoek blijkt dat kinderen die een paar dagen per week naar de kinderopvang gaan, later minder vaak crimineel worden, een betere baan hebben en stabielere relaties onderhouden.
Marianne Junger, ontwikkelingspsychologe en lid van de commissie: ,,Als je kinderopvang combineert met pedagogische programma's en opvoedondersteuning, heb je de beste garantie dat het goed gaat met kinderen. De overheid geeft miljoenen uit aan projecten voor probleemjongeren, die vaak niet meer te helpen zijn. Peuters kun je nog bijsturen.''
Het plan kost de overheid miljarden euro's, maar volgens Junger betaalt zich dat vanzelf terug. ,,In de VS bleek dat van elke geïnvesteerde dollar, er zeven terugkwamen doordat je op latere leeftijd minder kwijt bent aan speciaal onderwijs, medisch en justitieel ingrijpen en uitkeringen. Overigens is het niet aan ons maar aan de overheid te onderzoeken hoe dit financieel te realiseren is.'' Op dit moment gaat ongeveer een kwart van de kleine kinderen naar een kinderdagverblijf. Dat zijn alleen kinderen van werkende ouders. De helft van de overige kinderen gaat naar de peuterspeelzaal.
Hoogleraar kinderopvang Louis Tavecchio is voorstander van gratis opvang. ,,Ik heb altijd gezegd: een goede ouder stuurt zijn kind een paar dagen per week naar de crèche. Dat is voor vrijwel alle kinderen goed voor de sociaal-emotionele vaardigheden, de integratie en de educatieve ontwikkeling.''
De Voordelen van de creche:
Meer leeftijdsgenoten om mee te spelen
Grotere speelruimten
Activiteiten met grotere groepen
geen vakantiesluiting.
Gegarandeerde opvang, zelfs bij ziekte en vakantie.
Gelijke punten:
Professionele begeleiders
pedagogische ondersteuning, opvoedkundige hulp en dergelijke
educatieve programma's en activiteiten
Alles inbegrepen bij de prijs, zoals luiers, eten en drinken, tussendoortjes en spel- en knutselmateriaal
Minister Hoogervorst: stimuleren van borstvoeding belangrijk
Nieuwe cijfers: Baby's langer aan de borst
3 oktober 2005
De nieuwe borstvoedingscijfers die het ministerie van VWS op de eerste dag van de WereldBorstvoedingWeek in ontvangst neemt, laten een 'opmars' zien in de duur van de borstvoedingsperiode. In voorgaande jaren was gemiddeld 15% van de zes maanden oude baby's nog aan de borst. Nu blijkt uit onderzoek uitgevoerd door TNO Kwaliteit van Leven, dat een kwart van alle baby's op die leeftijd nog borstvoeding krijgt. Het Voedingscentrum en de Stichting Zorg voor Borstvoeding zijn blij met deze cijfers, die pleiten voor een vervolg op de campagne Borstvoeding verdient tijd.
VWS wil verdere stimulering borstvoeding
Drs. J.F. (Hans) Hoogervorst, minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport:
'Ik ben blij met de stijgende trend. Toch daalt het aantal vrouwen dat borstvoeding geeft na aanvang snel. Om de gezondheidsvoordelen van borstvoeding optimaal te benutten, zou het percentage kinderen dat zes maanden borstvoeding krijgt net zo hoog moeten zijn als vlak na de geboorte. Het stimuleren van borstvoeding vanuit de overheid, diverse betrokken organisaties en de sociale omgeving, blijft dan ook belangrijk!'
Borstvoedingscijfers
TNO Kwaliteit van Leven onderzocht in opdracht van de Stichting Zorg voor Borstvoeding (WHO/Unicef Baby Friendly Hospital Initiative), het type melkvoeding dat kinderen tot zes maanden krijgen. Dit onderzoek werd gefinancierd uit het budget van campagne Borstvoeding verdient tijd van het Voedingscentrum. Aan het onderzoek deden ruim 3.000 moeders mee.
Uit het onderzoek blijkt dat 8 van de 10 moeders (79%) begint met borstvoeding. Nog steeds blijkt dat tijdens de eerste maanden een snelle daling optreedt. Na de eerste maand stoppen zoveel vrouwen dat aan het eind iets meer dan de helft (54%) nog borstvoeding geeft. Na een maand lopen de percentages verder terug. De nieuwe cijfers laten zien dat het percentage kinderen dat met zes maanden uitsluitend borstvoeding krijgt, is toegenomen van 15% naar gemiddeld 25%.
Campagne Borstvoeding verdient tijd
In opdracht van het ministerie van VWS voert het Voedingscentrum sinds oktober 2002 de campagne Borstvoeding verdient tijd om vrouwen te stimuleren langer borstvoeding te geven. De campagne loopt tot eind 2006 en heeft als doelstelling dat een kwart van de vrouwen zes maanden of langer borstvoeding geeft. Deze doelstelling lijkt eerder bereikt dan verwacht.
Het is van belang dat de stijgende trend behouden blijft en zelfs doorzet; het Voedingscentrum pleit dan ook voor verdere intensivering van de campagne. Ook om meer aandacht te kunnen besteden aan de terugval in de eerste maand.
'Voeden kan hier'
Het nieuwste onderdeel van de campagne Borstvoeding verdient tijd is het beeldmerk 'Voeden kan hier'. Horecagelegenheden, instellingen en attractieparken kunnen vanaf vandaag dit beeldmerk gebruiken om moeders de ruimte te geven hun kind te voeden. Borstvoeding geven in openbare gelegenheden levert nogal eens negatieve reacties op. Daar moet het beeldmerk verandering in brengen. Actrice Isa Hoes plakt de eerste sticker met het beeldmerk 'Voeden kan hier' op de deur van pannenkoekenboerderij 't Sonnetje. 't Sonnetje is hiermee de eerste horecagelegenheid in Nederland die het beeldmerk voert. De Vereniging van Erkende Pannenkoekenrestaurants, ondersteunt het beeldmerk. Ook dierenpark Amersfoort, restaurants van McDonald's in Nederland en veel zorginstellingen horen bij de eersten die het beeldmerk 'Voeden kan hier' gaan voeren. De deelnemende organisaties komen in de database www.voedenkanhier.nl. In deze database kunnen moeders die een dagje op stap gaan met hun baby, opzoeken waar zij welkom zijn hun kind de borst te geven.
Voor baby's gaat er van zuigen een kalmerende werking uit. Een fopspeen is zachter dan een duim, zodat er minder druk op de tandjes, de kaken en het gehemelte staat. Hierdoor krijgen de kaken en het gehemelte van je kindje een betere kans op een natuurlijke ontwikkeling. Niet alle kinderen hebben overigens een even grote zuigbehoefte.
Spraakproblemen
Als reden dat de speen moet worden afgewend, wordt vooral genoemd dat een kind er spraakproblemen door zou krijgen. Kinderen die net leren praten, hebben sowieso nog grote moeite met het uitspreken van alle klanken die ze nodig hebben. De combinatie van twee medeklinkers, zoals de sp in speen, is echt hogere-schoolwerk. Als een kind dus 'peen' zegt in plaats van speen, ligt dat niet aan de speen.
Tijdens het praten de speen uit de mond
Een kind kan alle klanken alleen dan goed leren uitspreken als hij tijdens het praten die speen uit zijn mond haalt. Let daar dus op: haal zoveel mogelijk die speen eruit overdag. Doe maar of je het niet verstaat als hij met speen in zijn mond praat. Dat is voor zijn en jouw bestwil, want anders moet er later weer van alles worden afgeleerd bij de logopedist.
Verschillende vormen
Spenen zijn te krijgen in verschillende vormen. De bekendste zijn de kersvorm (ronde top) en de dentalspeen (platte, schuin aflopende vorm). Er wordt gezegd dat de dentalvorm beter is voor de tanden. Toch zijn de meeste misvormingen van het gebit meer te wijten aan de zuigbeweging zelf. Een baby kan een dental speen gemakkelijker in zijn mondje houden. Een platte speen valt dus minder snel op de grond. Hierdoor is de hygiëne beter en het gevaar voor bacteriën kleiner.
Gebitsproblemen
De speen zou gebitsproblemen veroorzaken. Het is inderdaad zo dat bij duimzuigen de stand van de kaken snel verandert. Dat effect is blijvend en bepaalt dus ook de stand van de tanden van het volwassen gebit. Een speen heeft dat effect veel minder. Je kunt vaak goed zien aan een melkgebit dat het kind een speen gebruikt, want de stand van de melktanden verandert, maar dit effect werkt niet door in het volwassen gebit als het kind het speentje wegdoet voordat hij zijn melkgebit gaat wisselen.
Mondspieren
Een baby die slaapt met een speen dwingt zichzelf zijn mondspieren te gebruiken. Rond de mond zitten heel veel spieren, die allemaal getraind moeten worden voor een goed gebruik van de mond bij spreken, en slikken. Een kind moet leren de lipjes ontspannen te sluiten en gemakkelijk door de neus te ademen. Een goede mondsluiting voorkomt andere problemen zoals een slechte ademhaling waarbij de lucht via de mond minder gezuiverd wordt en tot verkoudheid kan leiden. Sterke mondspieren helpen bovendien bij een goede spraakontwikkeling.
Middenooronstekingen
Volgens een Nederlands onderzoek houdt het optreden van middenooronstekingen verband met het zuigen op een speen. Een kind dat vaak middenooronstekingen heeft, zou daarom het beste zo weinig mogelijk of helemaal niet meer een speen moeten gebruiken.
Rubber of siliconen
Spenen zijn gemaakt van rubber (latex) of van siliconen. Een siliconen speen heeft het voordeel dat er geen allergie door kan ontstaan. Ook is een speen van siliconen sterker dan een rubberen speen. Rubber is wel soepeler, waardoor het nog minder effect heeft op de stand van de tanden en de kaken dan een siliconen speen.
Wiegendood
Een beperkte studie lijkt erop te wijzen dat het gebruik van een fopspeen tijdens de slaap wiegendood kan helpen voorkomen. Dat zou kunnen komen doordat de speen het kindjes dwingt door de neus te ademen. Daardoor traint hij een manier van ademen die belangrijk is wanneer het ademen door de mond belemmerd wordt (bijvoorbeeld door braken, overdekking van beddegoed of bij buikligging).
Minder omdraaien
Zuigt je kindje op een fopspeen, dan draait het zich minder om in zijn bedje. Bovendien wordt de tong naar voren geduwd bij het zuigen. Dit zorg+
10 Tips
Nooit in je eigen mond
Stop een speen nooit in je eigen mond om hem 'schoon' te maken. Spoel het ding af onder de kraan. In je eigen mond zitten bacteriën die o.a. caries veroorzaken (streptococcus mutans). Je kind wordt er niet ziek van, maar de gevoeligheid voor tandbederf wordt verhoogd. De bacteriën vallen het glazuur aan zodra de eerste tandjes komen.
Regelmatig uitkoken
Probeer uitwisseling van speeksel tussen je kind en anderen zoveel mogelijk te voorkomen. In het kinderdagverblijf vliegen speentjes nog wel eens van mond tot mond. Ook liggen ze er veel op de grond. Blijf in dat geval de speen regelmatig uitkoken.
Regelmatig nieuwe
Koop regelmatig een nieuwe speen. Bezuinig er niet op. Grotere kinderen ontwikkelen enorme zuigkracht. Het komt dan voor dat ze de speen van het schildje trekken of kauwen. Trek zo nu en dan even flink aan het speentje om te kijken of het niet verzwakt is door slijtage of bijten.
Niet te groot
Kies een speen niet te groot. Een lange speen raakt de huig, waardoor je baby gemakkelijker braakt.
Met of zonder ring?
De speen zonder ring is handig voor het slapen. Die met ring voor buiten, omdat je hem ergens aan vast kan maken.
Speentje weghalen
Laat je kind inslapen met een speen, maar haal hem uit zijn mond zodra hij slaapt. Duw lichtjes tegen de onderkaak zodat hij zijn mondje sluit. Als dat niet lukt, doordat de baby dan toch weer zijn duim pakt, wacht er dan nog even mee en probeer het later nog eens.
Touwtjes en kettingen
Wees voorzichtig met touwtjes en kettingen aan de fopspeen. Ze kunnen gevaarlijk zijn. Zorg dat er in het bedje geen touwtjes liggen. Gebruik dan een speen zonder ring, zodat je kind zich niet aan de ring beschadigt. Zeker geen touwtje in de ventilatiegaten van het schildje. Die gaten voorkomen namelijk dat je kind zou stikken wanneer het de fopspeen met schild en al in zijn mond stopt.
Meer speentjes in bed
Leg bij een grotere baby die zelf kan pakken, meer spenen in het bedje naast het kussen, zodat je kind er gemakkelijk eentje vindt als het wakker wordt.
Niet mee naar buiten
Wen het kind eraan dat het speentje niet mee naar buiten gaat. Als hij buiten is, is een speen iets wat alleen in een noodgeval gegeven kan worden (extreme moeheid). Een speen is voor thuis, voor binnen. En het liefst nog specifieker: voor het slapen gaan, of op rozige momenten zoals vlak na het eten bij de tv, of na het bad en tijdens het wachten tot het eten klaar is.
Fietsstoeltjes voldoen niet aan de Europese norm
De Voedsel en Waren Autoriteit (VWA) heeft onderzocht of de in Nederland verkrijgbare fietsstoeltjes voldoen aan de veiligheidseisen van de Europese norm. Ook is bekeken of fietsongevallen met kinderen worden veroorzaakt door gebreken aan het zitje of door onveilig gebruik. Geen van de onderzochte fietsstoeltjes voldoet geheel aan de eisen gesteld in de Europese norm. De VWA heeft het Ministerie van VWS hierover geïnformeerd.
In de Europese norm worden onder andere eisen gesteld aan de kindveiligheid van de harnasgordel waarmee je het kind vastzet in het stoeltje, de voetsteuntjes, de bevestiging van het stoeltje aan de fiets en de duurzaamheid van het stoeltje. Fietsongevallen staan in de top 10 van ongevallen die met kinderen tot 4 jaar gebeuren.
Jaarlijks worden gemiddeld 4800 kinderen in de leeftijd tot en met 4 jaar behandeld op een spoedeisende hulpafdeling van een ziekenhuis na een fietsongeval. Uit de analyse van deze fietsongevallen blijkt dat het aantal kinderen dat bekneld raakt tussen fietsspaken hoog is: zo'n 3100 kinderen moeten hierna behandeld worden. Veel van die ongevallen gebeuren in een situatie waarin het kind los op de bagagedrager wordt vervoerd. Gemiddeld 160 kinderen moeten ieder jaar worden behandeld na een ongeval met een fietsstoeltje. In de meeste gevallen is de oorzaak een val: het kind valt uit het stoeltje of de fiets valt met het kind in het stoeltje.
De VWA adviseert ouders van jonge kinderen om het kind op de fiets altijd te vervoeren in een fietszitje.
Let bij de aanschaf ervan vooral op het sluitingsmechanisme van het harnasgordel. Dit moet met één hand te openen zijn om te voorkomen dat de fiets omvalt bij het eruit halen van het kind. Bevestig het harnasgordel ook altijd zodanig dat uw kind stevig vastzit. Ook de voetsteuntjes moeten passend zijn voor uw kind en voorzien zijn van een riempje of een andere beveiliging om het voetje in het steuntje te houden. Dit draagt bij aan het voorkomen van spaakbeknellingen. Maak de riempjes ook altijd vast. Spaakongevallen zijn verder te voorkomen door het gebruik van stevige jasbeschermers. Controleer regelmatig of het harnasgordel, voetbeschermers en jasbeschermers niet versleten of kapot zijn.
Stichting Consument en Veiligheid (klik hier voor meer informatie over veilig fietsen)
Op de fiets
Jonge kinderen worden in Nederland vaak onveilig op de fiets vervoerd. De ongelukken gebeuren ondermeer doordat kinderen niet in een fietszitje, maar improvisorisch en gevaarlijk door ouders op de fiets worden meegenomen. Dit is bijvoorbeeld het geval wanneer kinderen los op de bagagedrager zitten. Een tweede oorzaak is dat het fietszitje verkeerd wordt gebruikt of niet goed is bevestigd: de spaakafscherming ontbreekt of is kapot; de voetriempjes ontbreken of zijn niet vastgemaakt; de schoudergordels hangen los; het fietszitje is gewoon versleten en aan vervanging toe.
Let op
Een veilig fietszitje en een goede jasbeschermer of een fietskar of bakfiets kunnen dit soort ongelukken helpen voorkomen. Voor de oudere kinderen is een aanhangfiets nog mogelijk.
Liever geen fietsvervoer van baby's jonger dan 3 maanden.
Tussen 3 en 9 maanden beperkt fiets-vervoer mogelijk met goede ondersteuning van het hoofdje.
Contact houden met de baby.
Stoppen als de baby gaat huilen of anderszins zijn ongenoegen uit.
Fiets bij voorkeur op een stadsfiets en met beperkte snelheid.
De fietser moet voorzichtig wennen aan de stabiliteit, het stuur- en remgedrag van de fiets.
Gepubliceerd op zondag 12 februari 2006 - Planet internet nieuws
ROTTERDAM (ANP) - Consultatiebureaus moeten alle peuters van twee jaar screenen op taalontwikkelingsstoornissen, zodat ze zo nodig al op hun derde hulp kunnen krijgen. Hierdoor kan het taalniveau van 10.000 kinderen zo opgevijzeld worden dat dit op hun achtste niet meer onvoldoende is.
De screening kost 2 miljoen euro per jaar extra, maar het voorkomt wel dat jaarlijks 2500 acht-jarigen in het speciaal onderwijs terechtkomen. Dat stellen wetenschappers van het Erasmus Medisch Centrum in een grootschalig onderzoek dat ze maandag presenteren. De studie is het vervolg op een onderzoek naar de screening op taalproblemen bij ruim 10.000 peuters verricht tussen 1995 en 1999. Nu hebben ze gekeken wat er van deze kinderen is terechtgekomen. Het is voor het eerst dat dit is gebeurd.
De onderzoekers stellen dat kinderen dankzij de vroege opsporing en hulp in het algemeen minder problemen met hun mondelinge taalvaardigheid ervaren als ze naar school gaan. Bovendien hebben de docenten een positiever beeld van de toekomstmogelijkheden van deze kinderen.
De wetenschappers verwachten dat de landelijke screening jaarlijks 4800 doorverwijzingen van peuters oplevert. Consultatiebureaus moeten deze kinderen het liefst zelf kunnen doorverwijzen naar een audiologisch centrum, waarna wellicht een KNO-arts of een logopedist kan worden ingeschakeld. Klik voor meer informatie op een van onderstaande links:
Dit boek over zindelijkheidscommunicatie bij baby’s is een eye-opener. Baby’s blijken uistekend aan te voelen wanneer ze aandrang hebben om te poepen en te plassen. Laurie Boucke legt uit hoe je hierover met een baby kunt communiceren. Miljoenen baby’s ter wereld zijn ruim voor hun tweede, en soms zelfs voor hun eerste jaar overdag en ’s nachts droog. Spelenderwijs, zonder enige dwang. Laurie Boucke past deze ‘potjestraining’ aan onze Westerse manier van leven aan. Ouders kunnen de methode prima combineren met het gebruik van luiers als ze dat willen, en zelfs met kinderopvang en oppas. Baby-zindelijkheidscommunicatie stoelt op een hechte samenwerking tussen ouders en baby, en versterkt zo de band. Met voorwoord van Prof. Dr. Marten deVries, hoogleraar sociale psychiatrie in Maastricht.
Baby's en luiers zijn bijna onlosmakelijk aan elkaar verbonden - toch? Nee, niet als het aan de Amerikaanse schrijfster Laurie Boucke ligt. Baby's hebben geen luiers nodig, vindt ze, poepen en plassen doe je op het potje! En dus heeft de schrijfster een opmerkelijke techniek ontwikkelt waarbij baby's al vanaf hun geboorte op zindelijkheid worden 'getraind'. Helemaal zonder slag of stoot gaat dit echter niet. 'Dweil de plasjes met een glimlach op.'
Droom of realiteit? Je baby van één jaar loopt 's nachts uit zichzelf naar het potje om daar zijn behoefte te doen. Voor de Amerikaanse schrijfster Laurie Boucke is dit 'ideaal' voor elke ouder bereikbaar. In haar derde boek Je baby op het potje, wat onlangs in een Nederlandse vertaling verscheen, beschrijft ze hoe ouders hun baby al na de geboorte kunnen trainen om te poepen en plassen op het potje.
Slissen
De 'baby-zindelijkheidstraining' van Boucke werkt ongeveer als volgt: eerst moeten ouders uitvinden wanneer de baby zijn behoefte doet. Volgens de schrijfster is dit zo uitgevogeld. 'Het kind houdt zijn lijf helemaal stijf of vertrekt zijn gezicht.' Zodra je dit signaal herkent, til je de baby op en houdt hem boven een potje of wastafel. Terwijl het kind zijn behoefte doet, moet jij geluid maken zoals bijvoorbeeld: 'Ssss!', 'Aaaaah!' of 'Oehwaaaa!' De keuze is geheel aan jou, als het geluid maar steeds hetzelfde is! Al na een paar keer assocïeert je kind jouw geluid met plassen of poepen. En let op het resultaat! Kinderen die deze methode aangeleerd krijgen, zijn volgens Boucke al na achttien maanden volledig zindelijk. Maar, voor het zover is, plast de luierloze baby natuurlijk wel zo ongeveer het hele huis onder. 'Dat moeten ouders maar voor lief nemen,' vindt de schrijfster. 'Dweil de plasjes op met een glimlach,' luidt haar broodnodige advies. Voor poepende baby's heeft ze ook een passende oplossing: 'Laat hem buiten in de zon eventjes luchten.'
Frustraties
Onomstreden is Boucke's methode echter niet. Uit een studie in 2003 van de American Academy of Pediatrics blijkt dat vroege toilettraining voor baby's niet tot een versnelde zindelijkheid leidt. 'Misschien lukt het bij een paar kinderen, maar als je naar grote groepen kinderen kijkt, zijn ze ongeveer op dezelfde leeftijd zindelijk,' weet Bas Zegers, kinderarts bij het Máxima Medisch Centrum in Veldhoven waar hij bedplassers behandelt. Volgens Zegers gaan veel baby's juist 'ten onder' aan de druk die hen onbewust wordt opgelegd door de ouders. 'Uit ervaring weet ik dat dit soort methodes vaak frustraties oproepen, zowel bij ouders als bij kinderen. Het werkt alleen maar averechts.'
Niet zindelijk
Bij het geluid dat ouders van Boucke moeten maken als hun baby poept of plast, kan de kinderarts zich wel wat voorstellen. 'Dat is hetzelfde als dat hondjes gaan kwijlen wanneer ze de etensbak horen rammelen.' Maar volgens Zegers is dat slechts een schijnoplossing. 'Je kind is dan niet zindelijk, ze reageren enkel op een geluid. Je zorgt ervoor dat hij zijn sluitspier opent als jij dat wil. Zindelijk worden is gewoon een zaak van Moeder Natuur.'
LONDEN/AMSTERDAM - Vrouwen die tijdens de zwangerschap zware stress ondergaan, krijgen minder intelligente baby's. Dit blijkt uit wetenschappelijk onderzoek van het Imperial College in Londen, zo meldde de Britse krant The Times zaterdag.
Het IQ van kinderen van stressmoeders ligt gemiddeld tien punten lager dan dat van andere kinderen. De wetenschappers nemen aan dat het verschijnsel te maken heeft met stresshormonen van de moeder die ook het ongeboren kind bereiken via de gemeenschappelijke bloedbaan.
Baby en kou
door Nico Terpstra, arts
AMSTERDAM
Nu de winter weer voor de deur staat, is het de moeite waard om ook even te kijken naar de specifieke problemen die koude voor de kleintjes oplevert. Omdat het huidoppervlak van een kind relatief groter is dan van een volwassene, kan er makkelijker lichaamswarmte aan de buitenwereld kwijt geraakt worden. Temperaturen waarbij een volwassene zich nog prettig voelt, kunnen voor een kind te koud zijn. Daarbij geldt: hoe kleiner, hoe kwetsbaarder. Daarom is er een aantal zaken die u moet beseffen, wanneer u een kind mee op reis de kou inneemt.
Iedereen weet dat baby's het gauw te koud kunnen hebben. Een kwart van de lichaamswarmte van een baby gaat via het hoofd verloren, dus een mutsje (bij vrieskou zeker tot over de oren!) is wel het minste wat je niet mag vergeten. Net als bij volwassenen houden meerdere dunne lagen kleren over elkaar de lichaamswarmte beter vast en zijn minder lastig om in te bewegen dan een of twee dikke pakjes. Natte kleren versnellen het verlies aan lichaamswarmte, dus altijd snel verkleden en droog goed aan na regen, natte sneeuw of overmatig zweten. Buiten spelende kinderen moeten waterdichte laarsjes aan.
Op wintersport is niet alleen de kou een bedreiging voor kinderen, maar ook de (felle) zon, zeker wanneer die door sneeuwmassa's wordt teruggekaatst en bijna dubbel zoveel ultraviolette straling loslaat op kinderhuid en -ogen. Afgezien van sneeuwblindheid (een uiterst pijnlijke beschadiging van de buitenkant van het oog voor UV-straling) is er ook een sterk verhoogde kans op zonnebrand van de nog tere kinderhuid. Vergeet dus zeker niet zonnebrandcrème, beschermende kleding en een hoedje of pet met zonneklep mee te nemen.
Droge huid is ook voor kinderen een nauwelijks te vermijden winterprobleem. Vaak ligt de oorzaak bij een te lage vochtigheidsgraad in huis, met name in door CV verwarmde ruimten. Extra waterverdamping en een goede babylotion na het badje kunnen veel problemen voorkomen. Hoe minder zeep je gebruikt tijdens het baden, hoe minder last van droge huid het kind zal hebben.
Autokinderzitjes 2007 * Consumententest.
Welk zitje voor welk kind?
Het gewicht van uw kind bepaalt welk zitje u moet hebben. Dat is natuurlijk gekoppeld aan de leeftijd van uw kind, maar per kind kan dat verschillen.
Bevestiging in de auto
Het kopen van een kinderzitje lijkt eenvoudig, maar in de praktijk blijkt dat vaak tegen te vallen. Kinderzitjes zijn er in verschillende maten en gewichtsgroepen die elkaar deels overlappen en er zijn diverse bevestigingssystemen.
Het gewicht van uw kind bepaalt welk zitje u moet hebben. Dat is natuurlijk gekoppeld aan de leeftijd van uw kind, maar per kind kan dat verschillen. De genoemde leeftijden hieronder gelden dan ook bij benadering. In onderstaand overzicht ziet u welk zitje geschikt is voor de verschillende gewichtsgroepen.
In de productvergelijker kinderzitjes kunt u de testresultaten van 27 zitjes met elkaar vergelijken
Groep 0 (tot 10 kg; van 0 tot 9 maanden )
Groep 0+ (tot 13 kg, van 0 tot 1 jaar)
• Kind zit met rug naar rijrichting (meer steun aan hoofd en nek van het
kind).
• Meestal bevestigd met driepuntsgordel.
• Soms plateau in auto waar zitje op geklikt wordt.
• Zitje mag alleen op voorbank staan als de airbag uitgeschakeld is of
ontbreekt.
Groep 0/1 en 0+/1
• Kind zit eerste maanden met rug naar rijrichting.
• Vanaf 9 kg (9 maanden) kan het zitje omgedraaid worden.
• Op zitje moet code staan hoe gordel bevestigd moet worden; blauw
als kind met rug naar rijrichting zit en rood als zitje in rijrichting staat.
27 autokinderzitjes getest.
Het kiezen van een goed kinderzitjes is niet eenvoudig. De Consumentenbond zette alles wat u moet weten op een rijtje en testte 27 kinderzitjes. Lees meer op de website.
Groep 1
• Kind zit in de rijrichting op de achterbank.
• Zitje wordt bevestigd met 3-puntsgordel.
• Soms kan zitje met heupgordel (2-punts) worden vastgezet (check gebruiksaanwijzing op website fabrikant). Deze optie is overigens steeds minder vaak beschikbaar.
Als uw auto 3-puntsgordel op midden van achterbank heeft: bevestiging van het zitje op middelste positie van achterbank biedt betere bescherming bij botsing van opzij.
Groep 2 (15 tot 25 kg; 3 tot 6 jaar)
Groep 3 (22 tot 36 kg; 6 tot 12 jaar)
• Zitkussenverhoger.
• Bevestiging kind met veiligheidsgordel voor volwassenen
(kind zit hoger, dus past beter).
• Kussens voor groep 2 hebben meestal (afneembare)
rugleuning om hoofd te steunen en gordels te
geleiden.
• Hoofdsteun met zijsteunen geeft betere bescherming
bij zijdelingse botsing.
• Kussen voor groep 3 hebben niet altijd (afneembare)
rugleuning.
Wij raden het gebruik van verhogingskussens zonder rugleuning af.
Sinds 1 maart 2006 bent u verplicht om kinderen onder de 18 jaar – kleiner dan 1.35 meter – in een kinderzitje in de auto te vervoeren.
De Consumentenbond vindt echter dat de overheid de normen voor kinderzitjes niet streng genoeg heeft gemaakt. De wet stelt bijvoorbeeld alleen eisen aan de bescherming bij een frontale botsing en dan nog tamelijk soepel.
Met de nieuwe wet mogen autogordels ook niet meer onder de arm of achter het lichaam langs gedragen worden. De nieuwe regels zijn opgesteld volgens de Europese richtlijn. De kinderzitjes moeten zijn voorzien van het keuringslabel ECE 44/03 of 44/04. Als een zitje keuringsnummer 44/04 heeft wilt dat niet zeggen dat het een beter zitje is dan eentje met 44/03. In beide gevallen hebben de zitjes dezelfde botsproef doorstaan.
Volwassenen en kinderen groter dan 1,35 meter moeten de autogordel om en mogen zonodig ook een kinderzitje (zittingverhoger) gebruiken.
Let er bij de aankoop op dat het stoeltje is voorzien van de goedkeuringssticker. Deze sticker garandeert u dat het stoeltje wettelijk is goedgekeurd. Gebruik van een stoeltje (voorin de auto) dat niet voorzien is van deze sticker is verboden.
Zitje die op meerdere manieren te gebruiken zijn (Isofix, semi-universeel, universeel) moeten op meerdere niveaus goedgekeurd worden. zie afbeelding hiernaast. Ook samengestelde zitjes hebben vaak meerdere goedkeuringsnummers.
Met het goedkeuringsnummer kunt u ook de herkomst van een zitje achterhalen. Zitjes van Team Tex bijvoorbeeld worden vaak onder allerlei verschillende namen (Safety Baby, Nania, Safety Brehat) op de markt gebracht. Met het goedkeuringsnummer kunt u naagaan wie de fabrikant van het zitje is.